Art. 44 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Stuwen

Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966

1. De openingen in het aan weer en wind blootgestelde dek waarboven lading wordt gestuwd, moeten stevig gesloten en geschalmd zijn. De luchtkokers en luchtpijpen moeten van een deugdelijke bescherming zijn voorzien.

2. Een deklast hout moet zich uitstrekken over ten minste de gehele beschikbare lengte, dat wil zeggen de totale lengte van de kuil of kuilen tussen afzonderlijke delen van de bovenbouw. Wanneer zich achteruit geen bovenbouw bevindt, moet de deklast hout zich ten minste uitstrekken tot de achterzijde van de achterste luikopening. De deklast hout moet zich dwarsscheeps uitstrekken tot zo dicht mogelijk bij de zijkant van het schip, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met obstakels zoals relingwerk, verschansingspalen, stutten, toegang voor de loods, enzovoort, mits een aldus aan de zijkant van het schip geschapen opening niet groter is dan gemiddeld 4% van de breedte. Het hout moet zo goed mogelijk passend zijn gestuwd en de deklast hout moet een hoogte hebben die ten minste gelijk is aan de standaardhoogte van een bovenbouw geen verhoogd halfdek zijnde.

3. Op een schip dat zich in de winter in een periodiek wintervaargebied bevindt, mag de hoogte van de deklast boven het aan weer en wind blootgestelde dek een derde gedeelte van de grootste scheepsbreedte niet te boven gaan.

4. Een deklast hout moet vast op elkaar gestuwd, gesjord en vastgemaakt zijn. Deze mag op generlei wijze de navigatie en de verrichting van noodzakelijke werkzaamheden aan boord belemmeren.

5. Wanneer wegens de aard van de deklast houten deklaststutten nodig zijn, moeten deze voldoende sterk zijn, rekening houdend met de breedte van het schip; de sterkte van de stutten mag niet groter zijn dan die van de verschansing en de afstand moet verband houden met de lengte en de aard van de deklast hout, doch mag niet meer dan 3 m bedragen. Sterke hoekstalen of metalen potten of even deugdelijke middelen moeten zijn aangebracht om de stutten vast te maken.

6. Een deklast hout moeten deugdelijk over de gehele lengte worden vastgemaakt door middel van een voor de Administratie voor de aard van het vervoerde hout aanvaardbaar sjorringssysteem. *Verwezen wordt naar de Code voor veilig handelen voor schepen die hout in deklast vervoeren, door de Organisatie aangenomen bij resolutie A.715(17), als gewijzigd.

7. Er moeten worden gezorgd voor het behoud van een voldoende stabiliteitsmarge gedurende de gehele reis, waarbij rekening moet worden gehouden met gewichtsvermeerdering als gevolg van het opnemen van water door deklast of als gevolg van ijsafzetting, indien van toepassing, alsmede met gewichtsverlies als gevolg van het verbruik van brandstoffen en voorraden.

8. Naast hetgeen wordt vereist in voorschrift 25, lid 5, moet relingwerk of moeten handleiders op een onderlinge verticale afstand van niet meer dan 350 mm aanwezig zijn aan beide zijden van het ladingdek tot een hoogte van ten minste 1 m boven de deklast. Daarnaast moet een handleider, bij voorkeur een staaldraad strak gezet met een spaninrichting worden aangebracht zo dicht mogelijk bij de hartlijn van het schip. De stutten voor alle relingwerk en handleiders moeten op zodanige onderlinge afstand zijn aangebracht, dat doorzakken wordt voorkomen. Wanneer een lading ongelijk is, moet een veilig loopoppervlak met een breedte van niet minder dan 600 mm over de lading worden aangebracht en veilig vastgezet onder of naast de handleider.

9. Wanneer de in lid 8 voorgeschreven vereisten onuitvoerbaar zijn, moeten andere voor de Administratie bevredigende voorzieningen worden aangebracht.

10. De stuurinrichting moet deugdelijk tegen beschadiging door de deklast zijn beschermd en, voor zover dit uitvoerbaar is, bereikbaar zijn. Deugdelijke voorzieningen moeten zijn getroffen om te kunnen sturen wanneer de hoofdstuurinrichting defect is geraakt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen