Art. 50 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Zomervaarzones
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
De overige gebieden vormen de zomervaarzones.
Voor schepen van 100 meter (328 voet) lengte of kleiner is evenwel het gebied dat wordt begrensd
in het noorden en westen door de oostkust van de Verenigde Staten;
in het oosten door de meridiaan van 68° 30' Westerlengte van de kust van de Verenigde Staten tot 40° Noorderbreedte en van daar door de loxodroom naar een punt op 36° Noorderbreedte en 73° Westerlengte;
in het zuiden door de parallel van 36° Noorderbreedte, een periodiek wintervaargebied.
Seizoenen:
Winter: 1 november tot en met 31 maart
Zomer: 1 april tot en met 31 oktober
Vorige artikelen
- Artikel 45 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 46 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 47 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 48 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 49 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 51 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 52 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 53 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 54 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966