Art. 45 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Berekening van het vrijboord
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. De minimumzomervrijboorden moeten worden berekend overeenkomstig de voorschriften 27, leden 5, 6 en 14, artikel 28, 29, 30, 31, 32, 37 en 38, met dien verstande dat voorschrift 37 wordt gewijzigd door de in dat voorschrift aangegeven percentages te vervangen door de volgende: Voor tussenliggende lengten van de bovenbouw worden de percentages verkregen door middel van lineaire interpolatie.
Totale in rekening te brengen lengte van bovenbouw
0
0,1 L
0,2 L
0,3 L
0,4 L
0,5 L
0,6 L
0,7 L
0,8 L
0,9 L
1 L
Aftrekpercentage voor alle typen bovenbouw
20
31
42
53
64
70
76
82
88
94
100
2. Het winterhoutvaartvrijboord wordt verkregen door bij het zomerhoutvaartvrijboord één zesendertigste van de zomerhoutvaartdiepgang naar de mal gemeten op te tellen.
3. Het winterhoutvaartvrijboord in de Noord-Atlantische Oceaan is gelijk aan het in voorschrift 40, lid 6, voorgeschreven wintervrijboord in de Noord-Atlantische Oceaan.
4. Het tropische houtvaartvrijboord wordt verkregen door bij het zomerhoutvaartvrijboord één achtenveertigste van de zomerhoutvaartdiepgang naar de mal gemeten af te trekken.
5. Het zoetwaterhoutvaartvrijboord wordt berekend overeenkomstig voorschrift 40, lid 7, waarbij wordt uitgegaan van de zomerhoutvaartuitwatering, of overeenkomstig voorschrift 40, lid 8, waarbij wordt uitgegaan van de zomerdiepgang voor de houtvaart gemeten van de bovenkant van de kiel tot de uitwateringslijn voor houtvaart in de zomer.
6. Houtvaartvrijboorden mogen worden toegekend aan schepen met verminderde vrijboorden voor het type B, mits de houtvaartvrijboorden worden berekend uitgaande van de gewone vrijboorden voor het type B.
7. Wanneer de berekende markering voor winterhoutvaart en/of de berekende markering voor winterhoutvaart in de Noord-Atlantische Oceaan onder de verminderde wintermarkering voor het type B valt, moet de markering voor winterhoutvaart en/of de markering voor winterhoutvaart in de Noord-Atlantische Oceaan worden aangebracht op dezelfde niveaus als de verminderde wintermarkering voor het type B.
Vorige artikelen
- Artikel 40 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 41 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 42 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 43 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 44 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 46 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 47 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 48 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 49 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 50 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966