Art. 43 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Constructie van het schip
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. De schepen moeten een bak hebben van ten minste standaardhoogte en een lengte van ten minste 0,07 L en bovendien, wanneer zij minder dan 100 m lang zijn, een kampanje van ten minste standaardhoogte of een verhoogd halfdek met daarop achteruit een dekhuis van ten minste dezelfde totale hoogte.
2. Dubbele-bodemtanks die midscheeps binnen de halve scheepslengte zijn aangebracht moeten een doelmatige langsscheepse, waterdichte indeling hebben.
3. Het schip moet voorzien zijn, hetzij van een vaste verschansing van ten minste 1 m hoogte die aan de bovenzijde extra verstijfd is en gesteund wordt door sterke verschansingssteunen die aan het dek zijn bevestigd en die is voorzien van de nodige waterloospoorten, hetzij van deugdelijk relingwerk van dezelfde hoogte en van extra sterke constructie.
Vorige artikelen
- Artikel 38 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 39 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 40 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 41 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 42 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 44 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 45 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 46 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 47 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 48 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966