Art. 44 SOLAS, Aanzetinrichtingen voor noodgeneratoraggregaten
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS)
1. Noodgeneratoraggregaten dienen bij een temperatuur van 0°C onmiddellijk te kunnen worden aangezet vanuit koude toestand. Indien dit niet mogelijk is of indien het waarschijnlijk is dat lagere temperaturen zullen optreden, dienen er voor de Administratie aanvaardbare voorzieningen te worden getroffen voor het onderhouden van verwarmingsinstallaties ten einde te waarborgen dat de generatoraggregaten onmiddellijk starten.
2. Ieder noodgeneratoraggregaat dat is ingericht voor automatisch starten dient te zijn voorzien van een door de Administratie goedgekeurd aanzetsysteem met voldoende geaccumuleerde energie voor drie achtereenvolgende starts. Voorts dient er een tweede krachtbron aanwezig te zijn voor nog eens drie aanvullende starts binnen 30 minuten, tenzij kan worden aangetoond dat het generatoraggregaat met succes met de hand kan worden aangezet.
2.1. Schepen gebouwd op of na 1 oktober 1994 moeten, in plaats van aan de bepaling van de tweede zin van paragraaf 2, voldoen aan de volgende vereisten: De bron van geaccumuleerde energie moet worden beschermd om te voorkomen dat deze kritisch uitgeput raakt door de automatische aanzetinrichting, tenzij er een tweede, onafhankelijke aanzetinrichting aanwezig is. Voorts moet er een tweede krachtbron aanwezig zijn voor nog eens drie aanvullende starts binnen 30 minuten, tenzij kan worden aangetoond dat het generatoraggregaat met succes met de hand kan worden aangezet.
3. De geaccumuleerde energie dient te allen tijde als volgt in stand te worden gehouden:
1. elektrische en hydraulische aanzetsystemen dienen te worden gevoed vanaf het noodschakelbord;
2. druklucht-startsystemen kunnen worden gevoed door de hoofd- of hulpluchtvaten via een hiertoe geschikte terugslagklep of door een noodluchtcompressor, die, indien elektrisch aangedreven, moet worden gevoed vanaf het noodschakelbord;
3. al deze start-, oplaad- en energie-accumulatievoorzieningen dienen zich te bevinden in de noodgeneratorruimte; deze inrichtingen mogen voor geen ander doel worden gebruikt dan voor het functioneren van de noodgeneratorset. Dit betekent echter niet dat het opvullen van het luchtvat van het noodgeneratoraggregaat vanuit het hoofd- of hulpluchtsysteem via de in de noodgeneratorruimte aangebrachte terugslagklep niet is toegestaan.
4.1. Wanneer automatisch starten niet is vereist, kan worden toegestaan dat met de hand wordt gestart, zoals door middel van aanslingeren, of met behulp van vliegwielstarters, met de hand bediende hydraulische accumulatoren of kruitstartpatronen, indien kan worden aangetoond dat deze methoden doeltreffend werken.
4.2. Wanneer het met de hand starten niet uitvoerbaar is. moet worden voldaan aan de paragrafen 2 en 3, met dien verstande dat het aanzetten met de hand mag worden ingeleid.