Art. 7 Drinkwaterwet, Taken en verplichtingen van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf
1. De eigenaar van een drinkwaterbedrijf heeft tot taak:
a. het tot stand brengen en in stand houden van een duurzame en doelmatige openbare drinkwatervoorziening in het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied;
b. het tot stand brengen en in stand houden van de infrastructuur die noodzakelijk is voor de productie en distributie van drinkwater in dat distributiegebied;
c. het overeenkomstig artikel 8 leveren van drinkwater binnen het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied, en
d. het borgen van de kwaliteit en duurzaamheid van het productie- en distributieproces en het geleverde drinkwater.
2. De eigenaar van een drinkwaterbedrijf heeft voorts tot taak:
a. het bijdragen aan de bescherming van de bronnen voor de drinkwatervoorziening in zijn distributiegebied tegen verontreiniging, waaronder in elk geval wordt begrepen:
1°. het verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van deze bronnen;
2°. het beheren of medebeheren van terreinen rondom deze bronnen gericht op het voorkomen of beperken van verontreiniging van deze bronnen;
b. het bijdragen aan het uit een oogpunt van volksgezondheid verantwoord omgaan met drinkwater door eigenaars, consumenten en andere afnemers tussen het punt van levering en het punt waar het drinkwater voor consumptie ter beschikking komt, waaronder in elk geval wordt begrepen:
1°. het geven van voorlichting aan consumenten;
2°. het opstellen van technische eisen ten aanzien van de op zijn distributienet aan te sluiten en aangesloten installaties;
3°. het overeenkomstig artikel 24 uitvoeren van controles ten aanzien van bedoelde installaties.
3. Indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf baten die zijn verkregen ter uitvoering van een taak of taken als bedoeld in het eerste of tweede lid aanwendt voor het verrichten van economische activiteiten, geschiedt de aanwending van die baten tegen condities die in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn voor de financiering van de desbetreffende economische activiteiten. De artikelen 25a, aanhef en onderdeel d, en 25b van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing op de eigenaren van drinkwaterbedrijven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:956
- HR 22 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:83
- Rb. Rotterdam 13 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9368
- Rb. Den Haag 12 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9261
- Rb. Den Haag 6 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9017
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 25 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:67
- Conclusie A-G IJzerman 28 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:778
- Hof Den Haag 5 april 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:422
- Rb. Den Haag 22 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12878
- Rb. Den Haag 24 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5981
- Rb. Den Haag 4 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13548
- Rb. Den Haag 3 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:9596
- Conclusie A-G Wattel 27 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:950
- Conclusie A-G Lindenbergh 4 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:191
- Conclusie A-G Snijders 11 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:589
- Hof 's-Hertogenbosch 29 augustus 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2760
- Hof Den Haag 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2852
- Hof Den Haag 19 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:12
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7379
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8879