Art. 7:17 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in

onderdeel a, b of c van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in

artikel 1:1 van de wet kan

voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de

rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en

ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de

wet door het sluiten van een schriftelijke overeenkomst met een cliënt,

waarin tenminste is bepaald dat:

a. de door de beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die de

cliënt toebehoren worden bewaard en geadministreerd:

1° overeenkomstig het bepaalde in de Wet

giraal effectenverkeer, of

2° in een bewaarinstelling;

b. de gelden, als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid,

onderdeel a, van de wet, worden aangehouden op een of meer

rekeningen bij een bank ten name van de cliënt, of in een bewaarinstelling,

indien de gelden ter uitvoering van een transactie in financiële instrumenten

worden aangehouden;

c. creditering of debitering van de bij de beleggingsonderneming aangehouden

rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen

gelijktijdige debitering of creditering van het te ontvangen of verschuldigde

bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt of de rekening ten

name van de bewaarinstelling; en

d. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de financiële

instrumenten, bedoeld in onderdeel a, en de gelden, bedoeld in onderdeel b, te

beschikken voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van

de beleggingsonderneming voor de cliënt.

2. De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat de bewaarinstelling, bedoeld in

het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht;

b. een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen

vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt,

is geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van

bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in dit onderdeel

bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk

bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan buiten twijfel te

staan;

c. degenen die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten

mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de financiële

onderneming dat beleggingsdiensten verleent, of daarvoor

(eind)verantwoordelijkheid dragen;

d. de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren en

administreren van de financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid,

onderdeel a, of de gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;

e. de bewaarinstelling treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van

wie financiële instrumenten en gelden door de beleggingsonderneming bij de

bewaarinstelling in bewaring zijn gegeven;

f. transacties in financiële instrumenten voor rekening van de cliënt

geschieden slechts indien het saldo op de bij de bewaarinstelling aangehouden

rekening ten name van die cliënt toereikend is;

g. de financiële instrumenten, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, en

gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangehouden op een of

meer rekeningen op naam van de bewaarinstelling bij een bank, waarbij de

bewaarinstelling een strikte administratieve scheiding toepast ten aanzien van

gelden die toebehoren aan de cliënten van de beleggingsonderneming en de

gelden die toebehoren aan de bewaarinstelling;

h. de som van de rechten van cliënten op financiële instrumenten

onderscheidenlijk gelden, komt overeen met de som van de door de

bewaarinstelling voor cliënten bewaarde financiële instrumenten

onderscheidenlijk gelden;

i. de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd

door de beleggingsonderneming;

j. de bewaarinstelling is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen

geleden schade, voor zover die schade het gevolg is van verwijtbare

niet-nakoming van haar verplichtingen;

k. de bewaarinstelling wordt in de risicobeoordelings-, meet- en

controleprocedures van de beleggingsonderneming betrokken;

l. de bewaarinstelling die financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid,

onderdeel a, bewaart en administreert beschikt over een bedrag aan eigen

vermogen van ten minste 125.000 euro. De bewaarinstelling die uitsluitend

gelden, bedoeld in het eerste lid, onder b, bewaart en administreert beschikt

over een bedrag aan eigen vermogen van ten minste 50.000 euro.

3. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen

die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale

Bank of een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben, of voor de

uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche

Bank op grond van het Deel prudentieel

toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van

ondertoezichtstelling hebben.

Uitspraken die dit artikel aanhalen