Art. 7:15 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Een beleggingsonderneming, die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in

onderdeel a van de definitie van verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1 van de wet of

vermogensbeheer als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vermogensbeheer in

artikel 7:1,

kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming

van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële

instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in

artikel 4:87, eerste lid, van de

wet indien:

a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de

diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, op een of meer

rekeningen ten name van de cliënt bij een bank worden aangehouden;

b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen

geldrekeningen of rekeningen voor financiële instrumenten van de

beleggingsonderneming worden gebruikt; en

c. de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de beleggingsonderneming

uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden

en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter

uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de cliënt.

2. Onder schriftelijk in het eerste lid, sub c wordt mede verstaan langs

elektronische weg als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3

van het Burgerlijk Wetboek indien de overeenkomst:

– raadpleegbaar is door partijen;

– de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd;

– het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid

kan worden vastgesteld en

– de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden

vastgesteld.

3. Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de

uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de

Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het

bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende

verklaring van ondertoezichtstelling hebben.