Art. 7:19 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Een beleggingsonderneming die door het sluiten van een lease-overeenkomst voor

financiële instrumenten cliënten de mogelijkheid biedt financiële instrumenten te

verkrijgen, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter

bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of

financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als

bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de

wet door te voorzien in een regeling krachtens welke de rechten van

cliënten op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten

door middel van een eerste pandrecht van deze cliënten op de desbetreffende

financiële instrumenten zijn gewaarborgd.

2. Het pandrecht dient tot zekerheid te strekken voor:

a. de betaling van vervangende schadevergoeding, indien de overdracht van de

financiële instrumenten niet tot stand komt;

b. de eventuele vordering die de cliënt in geval van ontbinding van de

lease-overeenkomst voor financiële instrumenten op de beleggingsonderneming

heeft, indien deze ontbinding het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming

van de beleggingsonderneming;

c. betaling van de op de financiële instrumenten betaalbaar gestelde renten en

dividenden; en

d. voldoening van de wettelijke rente over de vorderingen, bedoeld in de

onderdelen a, b en c, over de periode dat de beleggingsonderneming met de

voldoening daarvan in verzuim is.

3. In geval van ontbinding van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten

dient de rekenregel op grond waarvan de financiële rechten van de cliënt ten

opzichte van de beleggingsonderneming worden bepaald, de rechten van de cliënt op

grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten voldoende te

beschermen.