Art. 7:16 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in

onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet,

kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming

van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële

instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in

artikel 4:87, eerste lid, van de

wet door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin

tenminste is bepaald dat:

a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de

diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op

een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank;

b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de

cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van

het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor

bestemde geldrekening van de cliënt; en

c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a

bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit

noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming

voor de cliënt.

2. Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de

uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de

Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het

bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende

verklaring van ondertoezichtstelling hebben.