Art. 6:9 Wft, Schadeloosstelling bij onteigening
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. Bij het bepalen van de werkelijke waarde van een onteigend vermogensbestanddeel of effect of onteigende vordering of een ingevolge artikel 6:2, zesde lid, vervallen recht op nieuw uit te geven effecten wordt uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de betrokken financiële onderneming in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, en de prijs die, gegeven dat toekomstperspectief, op het tijdstip van onteigening zou zijn tot stand gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen de onteigende als redelijk handelende verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper.
2. Indien de betrokken onderneming voorafgaand aan het besluit tot onteigening van overheidswege financiële steun heeft ontvangen, wordt de waarde die deze steun vertegenwoordigt in de in het eerste lid bedoelde prijs verdisconteerd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:661
- Hof Amsterdam 11 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1966
- HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:649
- ABRvS 25 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2265
- Hof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:594
- Hof Amsterdam 11 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:316
- Hof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1296
- Conclusie A-G Timmerman 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825
- HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:839
- Conclusie A-G Niessen 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1397
- Hof Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2592
- Conclusie A-G Assink 28 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:995
- Conclusie A-G Assink 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:684
- Conclusie A-G Assink 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683
- Hof Amsterdam 19 april 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1174
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12809
- Conclusie A-G Timmerman 25 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1250