Art. 6:11 Wft, Schadeloosstelling bij onteigening
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. De ondernemingskamer behandelt het verzoek tot vaststelling van de schadeloosstelling op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken.
2. De ondernemingskamer stelt de schadeloosstelling vast overeenkomstig het aanbod van Onze Minister, tenzij zij aannemelijk acht dat het aanbod geen volledige vergoeding vormt voor de door betrokkene geleden schade.
3. Indien het aanbod van Onze Minister geen volledige vergoeding vormt van de door betrokkene geleden schade, stelt de ondernemingskamer met inachtneming van de artikelen 6:8 en 6:9 voor betrokkene een hogere schadeloosstelling vast.
4. De ondernemingskamer geeft omtrent de kosten van het geding zodanige uitspraak als zij meent dat behoort. Een rechthebbende op schadeloosstelling die geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:661
- Hof Amsterdam 11 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1966
- HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:649
- Hof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:594
- Hof Amsterdam 11 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:316
- Hof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1296
- HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2904
- Conclusie A-G Timmerman 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825
- HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:839
- Hof Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2592
- Conclusie A-G Lückers 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:419
- Hof Amsterdam 16 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3360
- Conclusie A-G Assink 28 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:995
- Conclusie A-G Assink 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:684
- Conclusie A-G Assink 8 juli 2022, ECLI:NL:PHR:2022:683
- Hof Amsterdam 14 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5177
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12809
- Conclusie A-G Timmerman 25 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1250