Art. 2 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, Algemeen
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
Er zijn vier bijzondere opsporingsdiensten, te weten:
a. een bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder Onze Minister van Financiën;
b. een bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
c. een bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
d. een bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409
- ABRvS A-G Keus 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6129
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1807
- HR 19 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:80
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9905
- Conclusie A-G Jörg 1 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1909
- Hof 's-Hertogenbosch 22 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5240
- ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1205
- Rb. Oost-Brabant 14 maart 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2088
- Rb. Noord-Holland 29 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:12291
- Rb. Haarlem 28 februari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6077
- Rb. Amsterdam 27 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY4357
- Conclusie A-G Sinnige 18 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1269
- Conclusie A-G Spronken 27 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:945
- Conclusie A-G Machielse 25 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1286
- Hof 's-Hertogenbosch 16 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1006