HR 19 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:80

Jeugdzaak. Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) en (voorbereiding) gekwalificeerde diefstal (art. 311.1 Sr). Verdachte en medeverdachten zijn in een bepaalde wijk in Den Haag lange tijd door politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van plegen van woninginbraken. Is sprake stelselmatige observatie a.b.i. art. 126g Sv door ‘intensieve surveillance’ van criminele jeugdgroep op ‘hotspots’ in openbare ruimte gedurende ongeveer 1 jaar of volstaat algemene taakomschrijving politie a.b.i. art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv als grondslag? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BW9338 m.b.t. vraag wanneer observaties waarvoor geen bevel tot het stelselmatig volgen van een persoon a.b.i art. 126g Sv is gegeven, onrechtmatig zijn. Oordeel hof dat met deze surveillance geen observatie heeft plaatsgevonden waarmee een min of meer volledig beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het privéleven van verdachte en dat daarom art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv een toereikende grondslag vormen voor die surveillance, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen hetgeen het hof heeft vastgesteld m.b.t. de inhoud van de surveillance. Volgt verwerping. Samenhang met 19/02582, 19/02584, 19/02643 en 19/02673.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken