HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409
OM-cassatie en cassatie verdachte. Phishing-fraude met behulp van valse betaalverzoeken. Medeplegen computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab.1 Sr), medeplegen voorhanden hebben van toegangscodes (art. 139d.2.b Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). Onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. In dit arrest gaat de Hoge Raad in op de betekenis van recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie – in het bijzonder de uitspraak in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck – voor de eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Deze recente rechtspraak brengt mee dat dit onderzoek op een enigszins andere manier moet worden genormeerd dan uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad voortvloeit. Het is aan de wetgever om een wettelijke regeling op te stellen die in haar algemeenheid voldoet aan alle in de rechtspraak van het Hof van Justitie gestelde vereisten. In afwachting van zo’n regeling ziet de Hoge Raad aanleiding om zijn eerdere rechtspraak bij te stellen. In dit arrest wordt in rechtsoverweging 5 uiteengezet wat deze bijstelling inhoudt. Vervolgens worden de cassatiemiddelen van het openbaar ministerie en van de verdachte beoordeeld (rechtsoverweging 6 en 7). In rechtsoverweging 9 geeft de Hoge Raad een samenvatting van zijn oordeel in deze zaak. Volgt verwerping. Samenhang met 22/03872 en 22/03913.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 138ab Sr
- Artikel 139d Sr
- Artikel 326 Sr
- Artikel 94 Sv
- Artikel 95 Sv
- Artikel 96 Sv
- Artikel 104 Sv
- Artikel 126bb Sv
- Artikel 141 Sv
- Artikel 148 Sv
- Artikel 177 Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 2 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
- Artikel 2 Politiewet 2012
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 16 VWEU
- Artikel 3
- Artikel 6
- Artikel 10