Art. 1.3.13 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Hulpofficier van justitie zijn:

a. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012;

b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie bij ministeriële regeling aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee;

c. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

d. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren.

2. De hulpofficier van justitie oefent zijn bevoegdheden uit binnen de grenzen van de hem toegekende bevoegdheid tot opsporing.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen