Art. 1.72 Wko, Bestuurlijke boeten
1. Het college kan degene die een verplichting als bedoeld bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 1.60a en 1.60c, een afspraak als bedoeld in artikel 160 van de Wet op het primair onderwijs, een aanwijzing onderscheidenlijk een bevel als bedoeld in artikel 1.65 of een vordering tot medewerking als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet nakomt dan wel handelt in strijd met een verbod krachtens artikel 1.66, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 45 000.
2. In afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de overtreding opzettelijk of roekeloos geschiedt en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:272
- ABRvS 21 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8881
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1729
- ABRvS 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2057
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1732
- ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1105
- Rb. Midden-Nederland 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4997
- ABRvS 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2022
- ABRvS 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:495
- ABRvS 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2021
- ABRvS 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1648
- Rb. Midden-Nederland 12 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1391
- Rb. Midden-Nederland 12 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1390
- Rb. Midden-Nederland 1 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3240
- Rb. Midden-Nederland 1 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3239
- Rb. Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:8763
- Rb. Amsterdam 30 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4074
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4735
- ABRvS 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2024
- ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3100