Rb. Midden-Nederland 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4997
Boete voor overtreding bkr niet evenredig Trefwoorden: Boete, Besluit kwaliteit kinderopvang, bkr, evenredigheid, herstelmaatregelen, matiging, bewijslast, bevoegdheid Het voornemen is ondertekend door de teammanager en er zijn geen aanwijzingen dat deze niet bij de inhoud betrokken zou zijn geweest. De toezichthouder is weliswaar genoemd als behandelend ambtenaar, maar zij is niet degene die het voornemen of het besluit genomen heeft. Er is dus, anders dan eiseres stelt, geen strijd met artikel 10:3, vierde lid, in samenhang met artikel 5:53, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft boetes opgelegd wegens overtredingen van de bkr. Daarbij heeft hij uit het oog verloren dat het om een bestraffende sanctie gaat en dat het aan hem is om de overtreding aan te tonen. Op basis van de informatie die eiseres heeft overgelegd, bestaat twijfel over een deel van de overtredingen en heeft verweerder dus niet aan deze bewijslast voldaan. Daarom was verweerder niet bevoegd tot het opleggen van een deel van de boetes en herroept de rechtbank deze boetes. Ook ziet de rechtbank aanleiding om de boetes voor overtreding van de bkr buiten het beleidsplan om te matigen. In de uitspraak van de ABRvS van 10 februari 2021 is geoordeeld dat een cumulatie van boetes mag, maar dat dit niet onbeperkt kan en dat moet worden bekeken of de boete gelet op artikel 5:46, tweede lid, van de Awb evenredig is. Dat is hier naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Daarbij neemt de rechtbank mee dat het gaat om een herhaalde roosterfout en dat het niet gaat om ernstige overtredingen. De perioden waarin werd afgeweken van het pedagogisch beleidsplan zijn kortdurend en daarmee is sprake van betrekkelijk geringe overschrijdingen. Daarom matigt de rechtbank de boetes met 75%. Herstelmaatregelen kunnen worden betrokken bij de vraag of de boete evenredig is. Eiseres heeft al in het voornemen toegelicht dat zij kort na de vaststelling van de overtreding actie heeft ondernomen en welke actie dat is. Daarom is een matiging van de boete van 12,5% aangewezen. De rechtbank matigt de boete dus vanwege verschillende redenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl