Rb. Midden-Nederland 12 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1391
Boete, aanwijzing, overtreding Wet Kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang, bkr bewijslast, vaste gezichtencriterium, cumulatie van boetes, evenredigheid Artikelen 1.49 en 1.50 Wko, artikel 9, vierde en vijfde lid, Bkk Samenvatting: Verweerder heeft een boete opgelegd voor overtredingen van de beroepskracht kindratio en afwijking van de bkr op niet vastgestelde tijden. Verweerder heeft deze boetes mogen opleggen. Ook heeft verweerder aan eiseres een aanwijzing mogen geven wegens overtreding van het vaste gezichtencriterium. De rechtbank onderschrijft het standpunt van verweerder dat artikel 9, vierde en vijfde lid, van het Bkk is overtreden. De rechtbank kan zich vinden in de uitleg van deze bepaling van verweerder en het doel ervan. Verder volgt de rechtbank eiseres niet in haar stelling dat de overtredingen niet aan haar zouden mogen worden toegerekend, vanwege overmacht. De rechtbank is het met verweerder eens dat het aan eiseres is om maatregelen te treffen om problemen die samenhangen met ziekte van medewerkers zoveel mogelijk te voorkomen en spoedig op te kunnen lossen. Verweerder heeft er bovendien terecht op gewezen dat in geval van ‘echte’ overmacht er niet tot handhaving wordt overgegaan, maar dat daarvan in dit geval niet is gebleken. Er bestaat wel aanleiding om de boete te matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn met tien maanden. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Midden-Nederland 30 november 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5895
- Rb. Midden-Nederland 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4997
- Rb. Midden-Nederland 1 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3240
- ABRvS 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:495
- ABRvS 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:272
- ABRvS 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2831
- ABRvS 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3266
- ABRvS 10 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL3345