ABRvS 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1648

Bij besluit van 10 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan [appellante] een boete van € 4.000,00 opgelegd. [appellante] exploiteert een kindercentrum op het adres [locatie 1] te Gouda. Het college heeft van de Dienst Uitvoering Onderwijs een melding ontvangen dat [persoon], die in de basisregistratie personen staat ingeschreven op hetzelfde adres als het kindercentrum, niet met een verklaring omtrent het gedrag is ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang (hierna: PRK) en is gekoppeld aan [appellante]. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake was van een overtreding van artikel 1.50, derde lid, aanhef en onder e, van de Wko. Volgens [appellante] is de rechtbank voorbij gegaan aan het uitgangspunt dat wezen voor schijn gaat. Het pand is gesplitst in een boven- en een benedenverdieping. De benedenverdieping heeft huisnummer [locatie 1] en daar is het kindercentrum gevestigd. De bovenverdieping met huisnummer [locatie 2] is de privéwoning van de vennoten van [appellante] en [persoon].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken