Art. 5 Besluit FE, Moedermaatschappij opgericht bij aangaan fiscale eenheid; door fiscale eenheid in de loop van een boekjaar opgerichte dochtermaatschappij; boekjaar te voegen dochtermaatschappij valt statutair nog niet samen met boekjaar moedermaatschappij
Besluit fiscale eenheid 2003 (Besluit FE)
1. Indien het boekjaar van een met ingang van haar oprichting als moedermaatschappij te voegen lichaam, met uitzondering van het eerste boekjaar, statutair samenvalt met dat van de te voegen dochtermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits het eerste boekjaar van de moedermaatschappij statutair eindigt en zij dit boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de te voegen dochtermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien het voegingstijdstip van de dochtermaatschappij niet samenvalt met de oprichtingsdatum van de moedermaatschappij, maar nog wel valt in het eerste boekjaar van de moedermaatschappij.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder dochtermaatschappij ook verstaan een bestaande fiscale eenheid.
3. Indien het boekjaar van een met ingang van een tijdstip in het boekjaar van haar oprichting als dochtermaatschappij te voegen lichaam, met uitzondering van het eerste boekjaar, statutair samenvalt met dat van de moedermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits die dochtermaatschappij haar eerste boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de moedermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit.
4. Indien op het voegingstijdstip het boekjaar van een bestaande dochtermaatschappij statutair nog niet, maar feitelijk al wel samenvalt met dat van de moedermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits vóór het voegingstijdstip door het daartoe bevoegde orgaan van de dochtermaatschappij het besluit is genomen tot een zodanige wijziging van het boekjaar dat dit boekjaar samenvalt met dat van de moedermaatschappij en de daarvoor benodigde statutenwijziging binnen twee weken na het voegingstijdstip heeft plaatsgevonden. Indien de termijn van twee weken, bedoeld in de eerste volzin, door omstandigheden die zijn gelegen buiten de invloedssfeer van partijen wordt overschreden en aannemelijk is dat getracht is de statutenwijziging zo spoedig mogelijk na het voegingstijdstip te doen plaatsvinden, blijft afwijzing van het verzoek achterwege.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:884
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3016
- Rb. Haarlem 17 augustus 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2145
- Rb. Gelderland 14 juni 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:2972
- Rb. Den Haag 12 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13465
- Conclusie A-G Wattel 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:740
- Conclusie A-G Wattel 10 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1797
- Hof Den Haag 29 november 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2333
- Hof Amsterdam 12 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4650
- Rb. Den Haag 18 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1012
- Rb. Den Haag 1 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7485
- Rb. Den Haag 20 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:19210
- Conclusie A-G Wattel 9 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:573
- Hof Den Haag 18 februari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:263
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7779