Rb. Den Haag 1 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7485
Zowel X B.V. als haar enig aandeelhouder is een financiële holding. Het concern waarvan X B.V. deel uitmaakt is een samenwerkingsverband aangegaan met een stichting die een ziekenhuis exploiteert. De stichting was vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van artikel 5, lid 1, sub c, Wet Vpb 1969. De stichting is omgezet in een B.V. en X B.V. is daarbij aandeelhouder van de B.V. geworden en zij vormen samen een fiscale eenheid. Rechtbank Den Haag oordeelt dat X B.V. niet in aanmerking komt voor de (zorg)vrijstelling van artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel c, Wet Vpb 1969. X B.V. voldoet niet aan de winstbestemmingseis, noch is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. X B.V. kan evenmin haar voorvoegingsverliezen verrekenen met de winst van B.V. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl