Art. 41 Wet bescherming persoonsgegevens, Rechten van de betrokkene
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Indien gegevens worden verwerkt in verband met de totstandbrenging of de instandhouding van een directe relatie tussen de verantwoordelijke of een derde en de betrokkene met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen, kan de betrokkene daartegen bij de verantwoordelijke te allen tijde kosteloos verzet aantekenen.
2. In geval van verzet treft de verantwoordelijke de maatregelen om deze vorm van verwerking terstond te beëindigen. De verantwoordelijke doet aan de betrokkene desgevraagd binnen vier weken opgave van de genomen maatregelen. Indien de kennisgeving niet binnen vier weken kan worden gedaan, deelt de verantwoordelijke uiterlijk vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek mede binnen welke termijn de kennisgeving wel kan worden gedaan.
3. De verantwoordelijke die persoonsgegevens verwerkt voor het in het eerste lid bedoelde doel, neemt passende maatregelen om betrokkenen de mogelijkheden bekend te maken tot het doen van verzet.
4. De verantwoordelijke die persoonsgegevens verwerkt voor het in het eerste lid bedoelde doel, draagt zorg dat, indien daartoe rechtstreeks een boodschap aan de betrokkene wordt toegezonden, deze daarbij telkens wordt gewezen op de mogelijkheid tot het doen van verzet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:983
- CBb 14 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:198
- Rb. Rotterdam 21 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5151
- Rb. Rotterdam 6 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY5391
- Rb. Amsterdam 30 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2681
- Rb. Rotterdam 20 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1924
- Rb. Rotterdam 21 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4032
- Rb. Noord-Nederland 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700
- Rb. Amsterdam 5 augustus 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO3254
- Hof Amsterdam 15 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4006
- Hof Amsterdam 18 juli 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5514
- CBb 17 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:60