Rb. Rotterdam 21 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4032

OPTA heeft aan verzoeksters bestuurlijke boetes van totaal € 845.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 11.7 Telecommunicatiewet (Tw). Voorts heeft OPTA besloten (een geschoonde versie van) het besluit tot boeteoplegging openbaar te zullen maken. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is ten aanzien van de gedragingen in periode 1 en periode 2 geen sprake van eenzelfde overtreding. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is - gelet op de tekst van artikel 11.7 lid 1 Tw en de definitie van het begrip toestemming - voldoende duidelijk, concreet en kenbaar dat toestemming niet hetzelfde is als gevraagde informatie. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet mogen benaderen van deze abonnees niet komt door ‘het aanscherpen van de regels’ door OPTA, maar door invoering van het Bel-me-niet-register. Verzoeksters betogen gelet op de uitspraak van de rechtbank van 6 december 2012 (LJN BY5391) vergeefs dat artikel 11.7 lid 12 Tw niet is overtreden. Verzoeksters betogen ten slotte tevergeefs dat zij onomkeerbare reputatieschade zullen leiden door openbaarmaking van het bestreden besluit, terwijl dat besluit nog niet onherroepelijk is en dat hen al genoeg reputatieschade is toegebracht door openbaarmaking van de eerdere boeteopleggingen en uitlatingen van OPTA in de pers.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen