Art. 40 Wet bescherming persoonsgegevens, Rechten van de betrokkene
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Indien gegevens het voorwerp zijn van verwerking op grond van artikel 8, onder e en f, kan de betrokkene daartegen bij de verantwoordelijke te allen tijde verzet aantekenen in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
2. De verantwoordelijke beoordeelt binnen vier weken na ontvangst van het verzet of het verzet gerechtvaardigd is. Indien het verzet gerechtvaardigd is beëindigt hij terstond de verwerking.
3. De verantwoordelijke kan voor het in behandeling nemen van een verzet een vergoeding van kosten verlangen, die niet hoger mag zijn dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. De vergoeding wordt teruggegeven in geval het verzet gegrond wordt bevonden.
4. Dit artikel is niet van toepassing op openbare registers die bij de wet zijn ingesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:316
- ABRvS 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1375
- ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253
- ABRvS 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:983
- ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3364
- ABRvS 4 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA8742
- Hof Den Haag 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1360
- Rb. Den Haag 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:171
- ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:520
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4270
- Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1877
- Rb. Amsterdam 22 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3355
- ABRvS 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1418
- ABRvS 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1411
- ABRvS 1 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF3869
- Rb. Rotterdam 29 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2395
- Rb. Den Haag 28 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6302
- Rb. Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5386
- Rb. Den Haag 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:172