Art. 46 Wet bescherming persoonsgegevens, Rechtsbescherming
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Indien een beslissing als bedoeld in artikel 45 is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek, de verantwoordelijke te bevelen alsnog een verzoek als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36 of 38, tweede lid, toe of af te wijzen dan wel een verzet als bedoeld in de artikelen 40 of 41 al dan niet te honoreren.
2. Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke. Indien de verantwoordelijke niet binnen de gestelde termijn heeft geantwoord, moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes weken na afloop van die termijn.
3. De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een advocaat te geschieden.
5. De derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
6. De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De artikelen 8:45, tweede en derde lid, en 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4720
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3529
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4664
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8710
- Hof 's-Hertogenbosch 1 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:363
- Hof Den Haag 1 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2332
- Hof Amsterdam 5 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3966
- Hof Den Haag 15 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3815
- Rb. Rotterdam 29 september 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7423
- Hof Amsterdam 2 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:358
- Rb. Rotterdam 23 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2166
- HR 15 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1216
- Rb. Den Haag 18 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5404
- Conclusie A-G Drijber 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273
- CBb 15 juni 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ8708
- HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2311
- Hof Amsterdam 10 november 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AU8223
- Hof Den Haag 14 december 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2793
- Hof Amsterdam 2 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:312