Rb. Rotterdam 6 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY5391
Verweerder heeft aan eiseressen boetes opgelegd wegens overtreding van artikel 11.7, negende en tiende lid, in samenhang met het vijfde lid, en artikel 11.7, twaalfde lid, van de Telecommunicatiewet (Tw), omdat zij abonnees ongevraagd telefonisch hebben benaderd, dan wel in opdracht hebben laten benaderen, terwijl deze abonnees ingeschreven stonden in het Bel-me-niet-register (BMNR) en hen het recht van verzet en de mogelijkheid tot inschrijving in het BMNR niet hebben aangeboden, dan wel niet hebben laten aanbieden, waar dat wel had gemoeten. De rechtbank heeft overwogen, dat het inschakelen van een callcenter eiseressen niet ontslaat van hun eigen verantwoordelijkheid voor regelnaleving en dat zij verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de fouten die door het callcenter zijn gemaakt. Voorts is de rechtbank van oordeel dat bij het bieden van het recht van verzet en de mogelijkheid tot inschrijving in het BMNR niet kan worden volstaan met het enkele gebruik van het door de beheerder van het BMNR ter beschikking gestelde Interactive voice response (IVR) script. Wil er sprake zijn van correcte naleving van de in artikel 11.7, twaalfde lid, van de Tw neergelegde norm voor het aanbieden van het recht van verzet en de mogelijkheid tot inschrijving in het BMNR, dan zal de consument al tijdens het gesprek op de mogelijkheid van verzet en inschrijving in het BMNR moeten worden gewezen om te voorkomen dat de consument het bandje niet verder zal afluisteren. De rechtbank volgt eiseressen voorts niet in hun standpunt dat sprake is van schijn van vooringenomenheid, nu de artikelen 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 15.11 (oud) van de Tw niet de eis van een strikte organisatorische functiescheiding op afdelingsniveau kennen en in dit geval niet zijn geschonden. Voor zover eiseressen hebben gesteld dat verweerder in strijd met artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft gehandeld door hen geen inzage te bieden in de klachten die aanleiding zijn geweest tot het onderzoek en eventueel klagers te ondervragen, overweegt de rechtbank dat artikel 6 van het EVRM niet zonder meer de verplichting schept om eiseressen in staat te stellen de klagers te ondervragen. In eerdere uitspraken, onder meer de uitspraak van 4 mei 2011, LJN: BQ3528, heeft de rechtbank al geoordeeld dat verweerder de klachten die bij hem zijn ingekomen niet in het onderzoeksdossier heeft hoeven op te nemen, omdat deze niet ten grondslag zijn gelegd aan de overtreding(en). De in dit kader door eiseressen aangevoerde grond dat verweerder niet is nagegaan of de consumenten die zijn ingeschreven in het BMNR wel kunnen worden aangemerkt als ‘abonnee’ in de zin van artikel 11.7, vijfde lid, van de Tw, treft geen doel. Naar het oordeel van de rechtbank is slechts van belang of een in het BMNR geregistreerd abonneenummer is gebeld en niet wie er via dit nummer wordt bereikt. Voor zover eiseressen hebben aangevoerd dat verweerder ten onrechte zonder voorafgaande waarschuwing tot het opleggen van boetes is overgegaan, overweegt de rechtbank dat het handhavingsbeleid van verweerder voorziet in de mogelijkheid dat verweerder in voorkomende gevallen kan besluiten om met een waarschuwing te volstaan. Dat neemt niet weg dat het de bevoegdheid van verweerder is sanctionerende instrumenten in te zetten om zijn rol als handhaver van de telemarketingregelgeving te effectueren. De door verweerder gehanteerde Boetebeleidsregels OPTA van 2 april 2010, Stcrt. 2010, 5163 (Boetebeleidsregels) voorzien niet in een recht om eerst te worden gewaarschuwd alvorens tot boeteoplegging wordt overgegaan. Verweerder heeft met juistheid in overweging genomen dat van het opleggen van boetes de beoogde afschrikwekkende en preventieve werking uitgaat. Een verplichte (eerste) waarschuwing zou het ongewenste effect hebben dat de markt calculerend gedrag kan gaan vertonen, wat in belangrijke mate afbreuk zou doen aan de doelstelling van de telemarketingregels.
De uitspraak op rechtspraak.nl