Rb. Amsterdam 30 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2681
In een eerdere zaak tussen partijen oordeelde de Afdeling op 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:253) dat er geen wettelijke verplichting voor de Belastingdienst bestond om inkomensgegevens van een huurder van een sociale huurwoning te verstrekken aan de verhuurder als de verhuurder daarom vroeg. Sinds de wetswijziging van 1 april 2016 blijkt uit artikel 7:252a BW wél een uitdrukkelijke (wettelijke) verplichting voor de Belastingdienst om een verklaring omtrent het huishoudinkomen op verzoek van de verhuurder te verstrekken. Artikel 8, aanhef en onder c, van de Wbp en niet artikel 8, aanhef en onder f, van de Wbp is dan van toepassing. Het verzet van eiser is gelet op artikel 40, eerste lid, dan wel artikel 41, eerste lid, van de Wbp door de Belastingdienst dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 120 Gw
- Artikel 67 AWR
- Artikel 7:252 BW7
- Artikel 7:252a BW7
- Artikel 8:88 Awb
- Artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens
- Artikel 40 Wet bescherming persoonsgegevens
- Artikel 41 Wet bescherming persoonsgegevens
- Artikel 10 UHW
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden