Rb. Rotterdam 28 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3663
De coördinerende rol van het college is van toepassing indien telecomaanbieders zich min of meer tegelijkertijd melden om hun glasvezelnetwerk uit te rollen in de gemeente. Het door het college bieden van gelijke kansen zal dan moeten worden afgewogen tegen de publieke belangen, zoals het beperken van overlast. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet de voorwaarde ‘In combi aanleggen, overlast omwonenden/hulpdiensten beperken’ die is opgenomen in het aan ODF afgegeven instemmingsbesluit worden begrepen in het licht hiervan. Nog daargelaten of het college de voorwaarde mag stellen dat telecomaanbieders uitsluitend in samenwerking en tegelijkertijd een glasvezelnetwerk mogen aanleggen, geldt dat het doel van het ‘in combi’ aanleggen blijkens het instemmingsbesluit is gericht op het beperken van overlast van omwonenden en het beperken van overlast voor hulpdiensten. Deze voorwaarde mag dus niet worden aangegrepen als een middel om de concurrentie te beperken. Een dergelijke toepassing van dit voorschrift komt neer op misbruik van een bevoegdheid. De voorwaarde dat in combinatie wordt aangelegd, kan dan ook alleen gelden indien er zich tegelijkertijd meerdere aanbieders hebben gemeld die ook min of meer gelijktijdig hun glasvezelnetwerk wensen uit te rollen in hetzelfde gebied. Een dergelijk situatie doet zich hier niet voor. Verder meent de voorzieningenrechter dat het college in haar verweer op een oneigenlijke manier schermt met het Didam-arrest. Dat er belangstelling van andere partijen is met betrekking tot de gronden waarop de door DFN gewenste POP-locaties zouden moeten worden gesitueerd, heeft het college niet aannemelijk gemaakt. Daar komt bij dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het gelijkheidsbeginsel dat ten grondslag ligt aan het Didam-arrest met voorrang moet worden toegepast bij de gebruikmaking van artikel 5.4 Telecommunicatiewet. De voorzieningenrechter acht de handelwijze van het college in strijd met het verbod van misbruik van bevoegdheid (artikel 3:3 Awb) en in strijd met het gelijkheidsbeginsel (dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen), omdat het college aan ODF in strijd met de periode waarop de instemming ziet in feite graafrust oplegt met het oogmerk haar eigen diensten te bevoordelen. Een voorlopige voorziening wordt getroffen die ertoe strekt dat ODF per 1 mei 2023 haar glasvezelnetwerk in de gemeente mag uitrollen.
De uitspraak op rechtspraak.nl