Rb. Rotterdam 19 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3265

DFN en E-Fiber zijn aanbieders van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Zij willen beiden een glasvezelnetwerk in de gemeente Gorinchem aanleggen. Daarvoor hebben zij op grond van artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet (Tw) instemming van het college nodig. Het geschil spitst zich toe op de vraag welke partij als eerste in een bepaald gebied mag graven. Slechts indien zich twee of meer aanbieders (min of meer) tegelijkertijd melden, ligt er op dit vlak een coördinerende taak voor het college. DFN was drie maanden later met haar melding, zodat reeds daarom geen sprake is van gelijke gevallen. Hoewel het opvallend is dat DFN – anders dan E-Fiber – haar uitrol slechts richt op een deel van de gemeente, zal de voorzieningenrechter in het midden laten of bij de vraag naar gelijke gevallen niet alleen de volgorde van meldingen maar ook de omvang van de voorgenomen uitrol van een glasvezelnetwerk door een aanvrager een rol zou kunnen spelen. Voor zover in het kader van deze procedure nog een nadere belangenafweging zou zijn aangewezen, kan dit evenmin in het voordeel van DFN uitpakken nu E-Fiber de graafwerkzaamheden is gestart, DFN lang heeft gewacht met het indienen van haar verzoeken om voorlopige voorzieningen en zij haar planning nog niet rond heeft, zodat zij niet gelijk zou kunnen beginnen met een uitrol. De voorzieningenrechter voegt hier aan toe dat de gevolgde processtrategie van DFN neigt naar misbruik van recht. Zij probeert met het indienen van incomplete en niet afgestemde instemmingen slechts ‘een voet tussen de deur’ te krijgen om vervolgens te proberen in een voorzieningenprocedure af te dwingen dat zij alsnog voorrang krijgt op een concurrent die zijn meldingen niet alleen aanmerkelijk eerder heeft ingediend, maar die meldingen ook zorgvuldig heeft voorbereid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken