Art. 3:56 Wajong, Terugvordering
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
1. De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 3:18 onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
2. De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond van artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering heeft kunnen brengen op het loon.
3. In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
4. De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74.
5. De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74.
6. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
7. De persoon van wie of de instelling waarvan wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
8. In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 15 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3974
- CRvB 18 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4127
- CRvB 11 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2139
- CRvB 18 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4696
- CRvB 26 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:694
- CRvB 11 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2818
- CRvB 9 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3113
- CRvB 10 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1408
- CRvB 29 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:193
- CRvB 2 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1315
- CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2850
- CRvB 8 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4233
- CRvB 16 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1264
- CRvB 20 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1857
- CRvB 26 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3722
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 februari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:721
- CRvB 5 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1615
- CRvB 16 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1028
- CRvB 13 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:714
- CRvB 12 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3051