CRvB 16 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1264
1) Bestreden besluit A. Met terugwerkende kracht is de betaling van de Wajong-uitkering beëindigd om de reden dat appellant op basis van inkomsten uit arbeid minder dan 25% arbeidsongeschikt wordt geacht. Schending van inlichtingenplicht 2) Bestreden besluit B. Terugvordering van ten onrechte betaalde uitkering. Ten onrechte heeft de rechtbank de beroepen van appellant beoordeeld in het kader van hoofdstuk 2 van de Wet Wajong en eveneens ten onrechte heeft het Uwv in bestreden besluiten A en B verwezen naar bepalingen van de oude wet (Wajong). Ten aanzien van bestreden besluit A is artikel 3:48 van de Wet Wajong van toepassing en ten aanzien van bestreden besluit B is artikel 3:59 van de Wet Wajong van toepassing. Geen aanleiding om te oordelen dat het Uwv zijn beleid in het geval van appellant niet op consistente wijze heeft toegepast. Geen sprake van dringende reden om van terugvordering af te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl