Art. 3:74 Wajong, Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
1. De jonggehandicapte, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling, bedoeld in artikel 3:47, waaraan arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten of omstandigheden, waarvan het hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering, dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
2. Op de jonggehandicapte die aanspraak maakt op of recht heeft op een vakantie-uitkering dan wel een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3:10, en diens wettelijke vertegenwoordiger rusten overeenkomstige verplichtingen als omschreven in het eerste lid.
3. De jonggehandicapte aan wie een re-integratie-instrument als bedoeld in afdeling 5 is verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, alsmede diens wettelijk vertegenwoordiger, en de werkgever ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid, op grond van artikel 3:63, heeft verminderd, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het re-integratie-instrument.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 18 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4127
- CRvB 11 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2139
- CRvB 9 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3113
- CRvB 29 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:193
- CRvB 2 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1315
- CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2850
- Rb. Gelderland 29 november 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:8431
- CRvB 5 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1615
- CRvB 13 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:714
- CRvB 10 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2012
- CRvB 19 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:495
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 juli 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3648
- Rb. Rotterdam 28 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5944
- Rb. Rotterdam 6 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2026
- Rb. Overijssel 13 november 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6618
- Rb. Overijssel 24 december 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4566
- Rb. Oost-Brabant 9 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4085
- Rb. Oost-Brabant 8 september 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4294
- Rb. Midden-Nederland 15 april 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1953
- Rb. Limburg 25 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:496