CRvB 11 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2818

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag of appellante voldoende procesbelang heeft bij een beoordeling van haar hoger beroep voor zover het de waarschuwing betreft. Appellante heeft van de waarschuwing geen nadelige gevolgen ondervonden en gelet op het tijdsverloop is dit inmiddels ook niet meer mogelijk. Appellante heeft daarom geen procesbelang bij het hoger beroep. Niet in geschil is dat appellante in de periode van 22 december 2015 tot en met 31 mei 2017 inkomsten ontving uit een PGB. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat uit artikel 3:48 van de Wajong dwingend volgt dat deze inkomsten op de uitkering in mindering moeten worden gebracht. De hieraan ten grondslag liggende overwegingen van de rechtbank worden onderschreven. In het midden kan blijven of appellante, door geen melding te maken van haar inkomsten, de inlichtingenplicht heeft geschonden. Zoals volgt uit vaste rechtspraak (zoals de uitspraak van 28 maart 2021 over het vergelijkbare artikel 44 van de WAO, ECLI:NL:CRVB:2021:624) is het bij een besluit waarbij met terugwerkende kracht inkomsten in mindering worden gebracht, voldoende als het een betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat een te hoog bedrag aan uitkering werd ontvangen. Daarvan is in dit geval sprake. Het Uwv heeft de inkomsten dan ook terecht met terugwerkende kracht op de Wajong-uitkering in mindering gebracht. De stelling van appellante, dat de bestreden besluiten berusten op onrechtmatig verkregen bankgegevens, treft geen doel. Uit het voorgaande volgt dat het Uwv een bedrag van € 9.487,66 (bruto) aan uitkering onverschuldigd aan appellante heeft betaald. Het Uwv is verplicht dit bedrag terug te vorderen. Het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien, is juist. Wat betreft het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel en verjaring wordt verwezen naar de overwegingen van de rechtbank, waarin afdoende op deze stellingen is ingegaan. De rechtbank wordt in haar oordeel gevolgd dat deze stellingen geen doel treffen. Uit wat is overwogen volgt dat het hoger beroep, voor zover het de waarschuwing betreft, niet-ontvankelijk is en dat het hoger beroep, voor zover het de korting en terugvordering van de Wajong-uitkering betreft, niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal in zoverre worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken