CRvB 18 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4127

Door geen melding te maken van de aanwezigheid van een hennepkwekerij in haar woning, heeft appellante haar inlichtingenplicht als omschreven in artikel 3:74, eerste lid, van de Wajong geschonden. De gronden die hierover in beroep zijn aangevoerd heeft de rechtbank in de aangevallen uitspraak gemotiveerd besproken. In hoger beroep in essentie hetzelfde aangevoerd. Oordeel van de rechtbank hierover wordt onderschreven. Appellante heeft geen tegenbewijs geleverd. Inkomsten schattenderwijs vastgesteld. Het Uwv is terecht over de periode in geding overgegaan tot het herzien en terugvorderen van de door appellante ten onrechte ontvangen Wajong-uitkering en toeslag. Geen dringende reden om van terugvordering af te zien. In de nader toegestuurde twee vonnissen van de politierechter betreffende de partner van appellante, heeft het Uwv op goede gronden geen aanleiding gezien voor een ander standpunt over het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel aan de zijde van appellante.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken