Art. 3:212 BW, Vruchtgebruik
1. Voor zover de aan een vruchtgebruik onderworpen goederen bestemd zijn om vervreemd te worden, is de vruchtgebruiker tot vervreemding overeenkomstig hun bestemming bevoegd.
2. Bij de vestiging van het vruchtgebruik kan aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid worden gegeven ook over andere dan de in het vorige lid genoemde goederen te beschikken. Ten aanzien van deze goederen vinden de artikelen 208, 210 lid 2 en 217 lid 2, en 3, tweede zin, en lid 4, geen toepassing.
3. In andere gevallen mag een vruchtgebruiker slechts vervreemden of bezwaren met toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter. De machtiging wordt alleen gegeven, wanneer het belang van de vruchtgebruiker of de hoofdgerechtigde door de vervreemding of bezwaring wordt gediend en het belang van de ander daardoor niet wordt geschaad.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4125
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 maart 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:2715
- Rb. Rotterdam 22 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1216
- Rb. Limburg 4 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:10098
- Rb. Amsterdam 3 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3944
- Conclusie A-G Langemeijer 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7426
- Hof 's-Hertogenbosch 29 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4102
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9851
- Hof Amsterdam 9 september 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2400
- Hof Amsterdam 4 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:244