Art. 3:210 BW, Vruchtgebruik
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker bevoegd in en buiten rechte nakoming te eisen van aan het vruchtgebruik onderworpen vorderingen en tot het in ontvangst nemen van betalingen.
2. Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is hij tot ontbinding en opzegging van overeenkomsten slechts bevoegd, wanneer dit tot een goed beheer dienstig kan zijn.
3. De hoofdgerechtigde is slechts bevoegd de in de vorige leden genoemde bevoegdheden uit te oefenen, indien hij daartoe toestemming van de vruchtgebruiker of machtiging van de kantonrechter heeft gekregen. Tegen de machtiging van de kantonrechter krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415
- Rb. Den Haag 6 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1065
- Conclusie A-G Snijders 1 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:754
- Hof Den Haag 15 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2274
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 18 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:260
- Conclusie A-G Wissink 16 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2418
- Conclusie A-G Snijders 10 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:377
- Conclusie A-G Timmerman 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1002
- Conclusie A-G Spier 29 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1650
- Conclusie A-G Huydecoper 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8172
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2264
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA3365
- Hof Amsterdam 26 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3012