Art. 7:276 BW, Het eindigen van de huur
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Indien de verhuurder de overeenkomst heeft opgezegd op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h en de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is toegewezen dan wel de huurder met de beëindiging heeft ingestemd, is de verhuurder jegens de huurder tot schadevergoeding gehouden, indien de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest.
2. Behoudens tegenbewijs wordt die wil geacht niet aanwezig te zijn geweest, indien niet binnen een jaar na het einde van de overeenkomst het verhuurde duurzaam door hem in gebruik is genomen respectievelijk te koop is aangeboden.
3. De rechter die een vordering op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h, toewijst, kan op verlangen van de huurder of ambtshalve een bedrag bepalen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen, indien later mocht blijken dat de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest, onverminderd het recht van de huurder op verdere schadevergoeding.
4. De vordering van de huurder op grond van dit artikel vervalt vijf jaren na het einde van de huurovereenkomst.
5. De verhuurder is eveneens tot schadevergoeding gehouden jegens onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of die krachtens artikel 269 bevoegd waren hun overeenkomst met de hoofdverhuurder voort te zetten. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6889
- Rb. Midden-Nederland 15 maart 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1114
- Conclusie A-G Valk 9 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:28
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1100
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5523
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 januari 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:405
- Rb. 's-Gravenhage 24 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8240
- Rb. 's-Gravenhage 24 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8231
- Rb. Rotterdam 17 februari 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AV2061
- Rb. Overijssel 27 februari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:1061
- Rb. Overijssel 28 november 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4837
- Rb. Overijssel 14 maart 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:1042
- Rb. Oost-Brabant 22 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:630
- Rb. Noord-Holland 6 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:840
- Rb. Noord-Holland 18 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4076
- Rb. Midden-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:716
- Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6972
- Rb. Midden-Nederland 19 februari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:332
- Rb. Limburg 23 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9861
- Rb. Limburg 12 juli 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6840