Rb. Overijssel 27 februari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:1061
Partij A heeft met ingang van 1 april 2015 zijn woning verhuurd aan partij B, omdat hij zelf in het buitenland is gaan wonen. Partij A vordert in deze procedure dat deze huurovereenkomst moet worden beëindigd, omdat hij de woning nodig heeft voor dringend eigen gebruik. Partij B voeren daartegen verweer; volgens hen is de noodzaak van partij A niet aangetoond, terwijl het voor hen niet mogelijk is om binnen de huidige woningmarkt voor het gezin met jonge kinderen nieuwe woonruimte te vinden. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van dringend eigen gebruik van de woning door partij A en dat niet is gebleken dat partij B andere passende woonruimte kunnen verkrijgen en wijst de vorderingen van partij A af.
De uitspraak op rechtspraak.nl