Rb. Rotterdam 17 februari 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AV2061

Eiseres vordert vaststelling van het tijdstip waarop de huurovereenkomst tussen haar en gedaagde zal geeindigd en dat de [gedaagde] het gehuurde moet ontruimen en verlaten. Eiseres stelt daartoe dat zij het gehuurde wil renoveren en in overeenstemming brengen met zijn oorspronkelijke bestemming van kantoorruimte. De te verrichten werkzaamheden zijn nauwelijks minder ingrijpend dan sloop en nieuwbouw. De staat van het gebouw is slecht, zowel de buitenkant als de binnenkant. Gedaagde geeft aan dat zij als een gemeenschap in het gehuurde wil blijven. Zij betwist dat eiseres het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, nu zij niet heeft aangetoond dat renovatie noodzakelijk is. Eiseres is, volgens gedaagde, wél tekortgeschoten in haar onderhoudsverplichtingen en daardoor is het gehuurde in een zeker verval geraakt. Evenmin is aangetoond dat het in stand houden van het gehuurde in zijn huidige vorm voor eiseres zodanige kosten met zich meebrengt dat dit in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen