Rb. Noord-Holland 18 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4076

Huurzaak. Dringend eigen gebruik, in verband met financiële noodzaak verhuurder. Reconventie: huur meer dan maximaal verhoogd, terugvordering en verjaring. Conventie De financiële situatie van verhuurder is zo nijpend, dat hierdoor een dringende reden voor eigen gebruik van het gehuurde is ontstaan. Voldoende is gebleken dat huurster andere passende woonruimte kan verkrijgen. Hoewel de kantonrechter zich terdege realiseert dat een verhuizing huurster zwaar zal vallen, moet de slotsom toch luiden dat het belang van verhuurder prevaleert boven het belang van huurster. Wel wordt huurster een ruime termijn gegund voor het vinden van een andere woonruimte. Dit deel van het vonnis wordt gelet op het bepaalde in artikel 7:272 lid 1 BW niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Aan huurster komt een passende tegemoetkoming in haar verhuis- en inrichtingskosten toe, waarbij aangesloten wordt bij de ministeriële regeling. Hoewel er thans geen aanwijzingen bestaan dat verhuurder het gehuurde niet zelf zal gaan bewonen, wijst de kantonrechter het verzoek ex artikel 7:276 lid 3 BW toe, nu verhuurder zich daartegen niet heeft verzet. Reconventie Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart op grond van artikel 3:309 BW door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van de vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. Met ‘bekend’ wordt de subjectieve bekendheid met de feiten bedoeld en niet de juridische beoordeling van de feiten (aldus HR 16 november 2004, NJ 2006/115 en HR 5 januari 2007, NJ 2007/320). Ingevolge artikel 3:304 BW is door de verjaring van de rechtsvordering ook de onderliggende verbintenis teniet gegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen