Rb. Overijssel 14 maart 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:1042

Tussen partijen heeft een huurovereenkomst bestaan. Op 5 november 2019 zijn afspraken van partijen over het einde daarvan vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Op basis daarvan is de huurovereenkomst met ingang van 1 juli 2021 geëindigd. Daarna heeft huurder de verhuurders aangesproken tot schadevergoeding op grond van artikel 7:276 BW omdat zij het gehuurde niet zelf in gebruik hebben genomen maar hebben verkocht. Anderzijds hebben de verhuurders huurder aangesproken tot schadevergoeding omdat zij vinden dat zij het gehuurde gebrekkig heeft achtergelaten. De vorderingen in conventie en in reconventie worden grotendeels afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen