Art. 7:279 BW, Het eindigen van de huur
1. Indien een gebrek in de zin van artikel 204 het deel van gehuurde woonruimte dat voor de huurder en zijn gezin voor bewoning noodzakelijk is, onbewoonbaar maakt dan wel werkzaamheden tot verhelpen van een zodanig gebrek dit doen of zullen doen, is de huurder bevoegd de huur op de voet van artikel 267 van Boek 6 te ontbinden.
2. De huurder heeft dezelfde bevoegdheid, wanneer het gebruik van de gehuurde woonruimte gevaren oplevert.
3. Artikel 210 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 5 november 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4066
- ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7573
- Rb. Rotterdam 6 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5769
- Rb. Midden-Nederland 21 juni 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3735
- Rb. Groningen 2 februari 2006, ECLI:NL:RBGRO:2006:AV2507
- Conclusie A-G Langemeijer 5 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3663
- Hof 's-Gravenhage 13 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1856
- Hof Den Haag 22 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2304
- Hof Den Haag 26 februari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2637
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4887
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7388
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2701
- Hof Amsterdam 15 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1800
- Hof Amsterdam 27 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2562