Art. 60 RVV, Helmen
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
1. De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, snorfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 21 van de wet en een bij ministeriële regeling aangeduid goedkeuringskenmerk.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. de bestuurder en de passagiers van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet.
b. de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets;
c. de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van een autogordel, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels;
d. de bestuurders of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van twee bevestigingspunten onder en één bevestigingspunt boven voor een autogordel overeenkomstig de typegoedkeuring van het voertuig zoals die gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en waarbij de autogordel voldoet aan artikel 5.6.47, derde en vierde lid, van de Regeling voertuigen of aan artikel 5.5.47, vierde en vijfde lid, van de Regeling voertuigen, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt.
3. Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7565
- ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1655
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:945
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 augustus 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7147
- Rb. Amsterdam 15 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2414
- Conclusie A-G Vellinga 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6693
- Hof Leeuwarden 1 december 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AO1665
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:11086
- ABRvS 13 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2288
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 januari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1084
- Rb. Oost-Brabant 17 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:129
- Rb. Noord-Holland 13 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5597
- Rb. Noord-Holland 26 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13801
- Rb. Noord-Holland 28 januari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1033
- Rb. Noord-Holland 11 april 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8004
- Rb. Midden-Nederland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5646
- Rb. Amsterdam 2 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4516
- Rb. Amsterdam 12 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7798
- Rb. Amsterdam 17 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3475
- Hof Leeuwarden 10 november 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BG4214