Art. 3 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf gemeente Arnhem 2004

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf gemeente Arnhem 2004

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. de Wegenverkeerswet 1994; de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 van het RVV 1990;

b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;

c. de verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Arnhem.