Art. 7 BBRA, Bepalingen betreffende het salaris
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA)
1. Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, wordt jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate functioneert.
2. Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd tot een in de schaal vermeld hoger bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag meer dan in voldoende mate functioneert dan wel indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere gronden aanleiding bestaat.
3. Indien de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in voldoende mate functioneert, blijft salarisverhoging achterwege.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend wanneer de ambtenaar het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar.
5. Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
6. Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
7. Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 25 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:515
- CRvB 27 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:650
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 november 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7596
- Rb. Rotterdam 16 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA2608
- CRvB 6 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3745
- CRvB 27 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX8483
- CRvB 5 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN4394
- CRvB 2 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI0625
- CRvB 12 april 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA3066
- CRvB 22 februari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB0952