Rb. Zeeland-West-Brabant 20 november 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7596
Tot 1 januari 2012 was eiser werkzaam bij de Algemene Inspectiedienst (AID). Een aantal onder verantwoordelijkheid van de minister vallende ambtelijke diensten, waaronder de AID, is met ingang van 1 januari 2012 gefuseerd tot de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), die eveneens onder verantwoordelijkheid van de minister valt. Met ingang van 1 januari 2012 is eiser werkzaam in de functie van ‘projectleider Inlichtingen- en Opsporingsdienst’. Eisers functie bij de AID was gewaardeerd in salarisschaal 10 en hij ontving eiser bij de AID een inconveniëntentoelage. Bij de overgang naar de NVWA was de inconveniëntentoelage komen te vervallen. Wel verkreeg eiser tot eind 2021 het recht op een afbouwtoelage. Vervolgens is eisers functie bij de NVWA beschreven en gewaardeerd in salarisschaal 11. Bij besluit van 21 januari 2016 heeft de minister eiser geplaatst in salarisschaal 11, trede 8. Daarnaast is eisers afbouwtoelage naar beneden bijgesteld, met hetzelfde bedrag als waarmee eisers salaris stijgt ten gevolge van de herwaardering van zijn functie. Eisers bezwaren hiertegen zijn door de minister ongegrond verklaard, waarna eiser beroep heeft ingesteld. De rechtbank is, zij het op een andere grondslag, van oordeel dat de minister terecht heeft bepaald dat de afbouwtoelage wordt bijgesteld met hetzelfde bedrag als zijn salaris is toegenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl