Art. 20b Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015, Voorbehouden aan de algemene leiding DG, uitgezonderd het DGBD

Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG, uitgezonderd het DGBD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het besluiten:

1. tot een bijzondere aanstelling in tijdelijke dienst (artikel 6a ARAR);

2. tot een (tijdelijke) plaatsing in het buitenland;

3. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in de vorige twee leden;

4. tot bezoldiging conform de artikelen 22a en 7, tweede lid, van het BBRA 1984 van:

a. afdelingshoofden of daarmee gelijk te stellen functionarissen;

b. directeuren (m.u.v. Algemeen directeur), sectormanagers en manager Bestuursondersteuning en Vaktechniek bij de ADR;

5. tot disciplinaire maatregelen (hoofdstuk 8 ARAR);

6. tot schadeloosstelling (artikel 69 ARAR);

7. tot het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR;

8. tot aanbestedingsprocedures, indien een andere dan de procedures als bedoeld in de hoofdstukken 1.2 en 2.1 van de Aanbestedingswet 2012 wordt gevolgd;

9. met betrekking tot (de aansprakelijkheidsstelling als gevolg van) dienstongevallen, beroepsziekten en beroepsincidenten, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd.