Art. 3 WVGem
Wet voorkeursrecht gemeenten (WVGem)
1. Voor aanwijzing komen in aanmerking gronden waaraan bij het bestemmingsplan of inpassingsplan een niet-agrarische bestemming is toegekend en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan.
2. Een besluit tot aanwijzing vermeldt ten aanzien van de onroerende zaken waarop het betrekking heeft:
a. de kadastrale aanduiding;
b. de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie;
c. de grootte van een perceelsgedeelte, indien de aanwijzing betrekking heeft op een gedeelte van een onroerende zaak, en
d. de namen van de eigenaren van de desbetreffende onroerende zaken en van de rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die zaken zijn onderworpen.
3. Bij het besluit behoort een kadastraal overzicht waarop duidelijk zijn aangegeven de gronden waarop de aanwijzing betrekking heeft en de bijbehorende percelen of perceelsgedeelten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3871
- ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3116
- Rb. 's-Gravenhage 29 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1267
- Rb. Overijssel 11 februari 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:600
- Conclusie A-G de Bock 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:660
- ABRvS 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2761
- ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1730
- ABRvS 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1306
- Rb. 's-Gravenhage 18 mei 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7223
- Rb. Oost-Brabant 20 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2011
- Rb. Noord-Holland 22 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8745
- Rb. Breda 20 mei 1999, ECLI:NL:RBBRE:1999:AA4015
- Rb. Arnhem 14 mei 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BI6014
- Rb. Amsterdam 16 augustus 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6532