Rb. Oost-Brabant 3 juli 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3567

Belanghebbende. Geuremissie combinatie veehouderij en mestverwerking. Als het gaat om een intensieve veehouderij waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, acht de rechtbank het op voorhand aannemelijk dat een eiser gevolgen van enige betekenis ondervindt indien hij woont op een afstand van 750/ meter uit het hart van de inrichting gemeten. Dit kan anders zijn indien ter plaatse sprake is van een geurbelasting van minder dan 0,1 Ou/m³ (als de woning ligt binnen de bebouwde kom) of 1 Ou/m³ (als de woning ligt buiten de bebouwde kom). Bij een zo geringe geurbelasting ondervinden personen geen gevolgen van enige betekenis van een intensieve veehouderij. Verweerder heeft de geuremissie van de mestverwekingsinstallatie afzonderlijk getoetst aan de strengste richtwaarde uit de provinciale beleidsregel. Deze beleidsregel zegt ook dat, indien sprake is van een bestaande overbelaste situatie, de geurbelasting niet toeneemt. In dit geval is op basis van de Wgv sprake van een bestaande overbelaste situatie. Een kritische blik was dan ook op zijn plaats. Verweerder heeft de bestaande overbelaste situatie op basis van de Wgv onvoldoende betrokken in de beoordeling. Nu een beoordeling van een totale geurbelasting niet is uitgesloten, had verweerder beter moeten motiveren waarom is volstaan met een afzonderlijke beoordeling van de geuremissie van de mestverwerkingsinstallatie aan de hedonisch gewogen richtwaarde in de beleidsregel dan wel een beoordeling van de totale geurbelasting moeten uitvoeren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken